ECLI:NL:CRVB:2020:2082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek door UWV
Appellant, laatst werkzaam als horecamedewerker, meldde zich ziek met diverse klachten en ontving aanvankelijk een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaars beoordeling concludeerde het UWV dat appellant meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in andere functies, waarna de ZW-uitkering werd beëindigd. Appellant bleef echter klachten houden en vroeg om herbeoordeling en het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek door het UWV zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle klachten en medische informatie, inclusief brieven van de psychiater, waren betrokken. De subjectieve klachten van appellant vormden geen voldoende grond om de vastgestelde belastbaarheid te betwijfelen. Ook het verzoek om een deskundige werd afgewezen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Raad volgde de rechtbank en het UWV. De Raad stelde vast dat de medische rapporten geen nieuwe inzichten bevatten die relevant waren voor de datum van het besluit. De belastende kenmerken van de functie van wikkelaar overschreden de vastgestelde belastbaarheid niet. De Raad bevestigde daarom de beëindiging van de ZW-uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 8 mei 2018 na zorgvuldig medisch onderzoek.