ECLI:NL:CRVB:2020:2041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging bijstand naar gehuwdennorm bij niet duurzaam gescheiden leven
Appellant ontvangt sinds 1999 bijstand, laatstelijk op grond van de Participatiewet (PW) naar de norm voor een alleenstaande. In 2014 is appellant gehuwd en woont zijn echtgenote met hun minderjarige zoon in Spanje. Het college heeft de bijstand per 1 januari 2018 aangepast naar de gehuwdennorm met een niet-rechthebbende partner, omdat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven.
Appellant maakte bezwaar tegen deze wijziging, stellende dat hij wel duurzaam gescheiden leeft of dat individuele afstemming van de bijstand nodig is. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen gewilde verbreking van het huwelijk was en dat appellant financieel zijn echtgenote ondersteunde.
In hoger beroep herhaalt appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank en bevestigt dat duurzaam gescheiden leven ontbreekt. Ook is geen aanleiding voor individuele afstemming van de bijstand op grond van bijzondere omstandigheden. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstandsnorm voor appellant blijft de gehuwdennorm met niet-rechthebbende partner.