ECLI:NL:CRVB:2020:2034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen stopzetten ontwikkeltraject ambtenaar
Appellante, sinds 1 maart 2016 werkzaam als [naam functie B] bij de gemeente Gooise Meren, kreeg in juli 2017 de kans om zich te ontwikkelen naar team [team A]. In mei 2018 werd haar door het college medegedeeld dat zij niet mocht starten met een opleiding en een naturalisatieceremonie niet mocht ondersteunen, omdat haar functioneren als ondermaats werd beoordeeld. Tevens werd een intensief functioneringstraject aangekondigd.
Appellante maakte bezwaar tegen deze communicatie en het verslag van een gesprek waarin zij werd opgedragen haar taken binnen team [team A] los te laten. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat er geen sprake was van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het stopzetten van het ontwikkeltraject geen wijziging in rechten en plichten van appellante teweegbrengt.
In hoger beroep betwistte appellante deze conclusie, stellende dat zij geen reële kans meer heeft om door te stromen naar team [team A]. De Centrale Raad van Beroep volgde dit niet en bevestigde dat het stopzetten van het ontwikkeltraject geen besluit is dat haar rechtspositionele belangen rechtstreeks raakt. De mogelijkheid om in de toekomst alsnog door te groeien blijft bestaan, onder meer via sollicitaties op openstaande vacatures.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.