ECLI:NL:CRVB:2020:2005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft in 2012 een Wajong-uitkering aangevraagd en deze toegewezen gekregen met ingang van 30 augustus 2012. Hij maakte bezwaar tegen de ingangsdatum, maar stelde hiertegen geen beroep in, waardoor dit besluit in rechte vaststaat. In 2017 verzocht appellant om herziening van deze beslissing op grond van een bijzonder geval, maar dit verzoek werd door het UWV afgewezen omdat geen beroep was ingesteld tegen het eerdere bezwaarbesluit.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing en verwees daarbij naar relevante wetsartikelen, maar het UWV verklaarde dit bezwaar ongegrond omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren gebleken. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de medische rapporten die appellant overlegd had, geen nieuwe feiten vormden aangezien deze al bij de eerdere beoordeling overlegd hadden kunnen worden.
In hoger beroep verwees appellant naar eerdere beroepsgronden en zijn persoonlijke omstandigheden, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank dat geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.