ECLI:NL:CRVB:2020:1931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering medewerker tuinbouw bevestigd na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als medewerker tuinbouw, ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding in 2013. Het UWV beëindigde de uitkering per 5 september 2014, omdat appellant arbeidsgeschikt werd geacht voor zijn eigen werk. Na meerdere ziekmeldingen en hersteldverklaringen werd appellant per 5 december 2016 opnieuw arbeidsgeschikt verklaard.
In 2017 meldde appellant zich opnieuw ziek met psychische klachten. Een verzekeringsarts stelde vast dat zijn situatie niet wezenlijk was veranderd en dat hij geschikt bleef voor zijn werk. Het UWV beëindigde daarom de Ziektewet-uitkering per 2 maart 2018. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard door het UWV.
De rechtbank bevestigde dit besluit, en in hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek niet volledig was omdat er geen informatie bij de behandelend sector was opgevraagd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, onderbouwd met psychisch onderzoek en informatie van de behandelend psychiater. De Raad vond geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de conclusie dat appellant geschikt is voor zijn functie.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewet-uitkering terecht is beëindigd.