ECLI:NL:CRVB:2020:1917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering ondanks volledige arbeidsongeschiktheid
De werkneemster, werkzaam als cateringmedewerkster, viel in februari 2015 uit en kreeg in december 2016 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend wegens volledige arbeidsongeschiktheid. De werkgever maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de arbeidsongeschiktheid duurzaam was, wat recht zou geven op een IVA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond, omdat niet was uitgesloten dat verbetering van de belastbaarheid mogelijk was.
In hoger beroep betoogde de werkgever dat de volledige arbeidsongeschiktheid duurzaam was en dat een psychiatrische behandeling geen verbetering zou brengen. Het UWV handhaafde het standpunt dat er een meer dan geringe kans op herstel is binnen één tot twee jaar, gebaseerd op medische rapporten en psychiatrische expertise.
De Raad overwoog dat duurzaam arbeidsongeschikt zijn betekent dat er op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat. De medische rapporten toonden aan dat de werkneemster baat kan hebben bij therapie en medicatie, waardoor verbetering mogelijk is. Er was geen nieuwe informatie die het eerdere oordeel aantastte. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de IVA-uitkering bevestigd.