ECLI:NL:CRVB:2020:1748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering terecht wegens geschiktheid maatgevende arbeid
Appellante was werkzaam als thuishulp A/schoonmaak voor twintig uur per week toen zij zich ziek meldde vanwege een galblaasoperatie. Na herstel is zij per 9 juli 2018 weer gaan werken voor dertien uur per week. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 1 augustus 2018 op basis van een verzekeringsartsrapport dat haar geschikt achtte voor haar maatgevende arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de klachten en beperkingen voldoende waren onderzocht en de werkzaamheden als thuishulp niet als zwaar lichamelijk werden beschouwd. Appellante stelde in hoger beroep dat twintig uur werken te zwaar is en overhandigde medische verklaringen van haar cardioloog en huisarts.
De Raad oordeelt dat appellante geschikt is voor haar maatgevende arbeid. De verzekeringsarts bezwaar en beroep hield rekening met medische gegevens, waaronder een fietstest en medicatiegebruik, en concludeerde dat zware lichamelijke inspanning onwenselijk is maar de beperkte uren en aard van het werk dit compenseren. De Raad volgt dit oordeel en wijst erop dat huishoudelijke taken buiten beschouwing blijven bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid.
De medische stukken tonen geen zodanige beperkingen dat appellante niet kan werken. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht beëindigd omdat zij geschikt is voor haar maatgevende arbeid.