Uitspraak
18.6186 PW
22 oktober 2018, 18/2668 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om zijn bijstandsuitkering op te schorten en later in te trekken wegens het niet aanleveren van gevraagde stukken. Het college had het recht op bijstand geschorst per 1 november 2017 en bij besluit van 11 december 2017 ingetrokken omdat appellant niet had gereageerd op verzoeken om informatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad overwoog dat het niet reageren op verzoeken om inlichtingen, waaronder over de woonsituatie, verwijtbaar is, ook al was het college bekend met een overvolle brievenbus bij appellant. Het ontvangen van post blijft de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende.
De Raad concludeerde dat aan de voorwaarden van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet was voldaan en dat het college terecht tot intrekking van de bijstand had besloten. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens het niet verstrekken van gevraagde inlichtingen binnen de gestelde termijn.