ECLI:NL:CRVB:2020:1693

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 juli 2020
Publicatiedatum
31 juli 2020
Zaaknummer
19/4417 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van een eerdere uitspraak inzake AOW

Op 31 juli 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in de zaak met nummer 19/4417 AOW, waarin verzoeker verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Raad van 20 september 2019. Het verzoek om herziening is ingediend op 11 oktober 2019, waarbij verzoeker aanvoerde dat hij door ziekte niet in staat was het hogerberoepschrift tijdig in te dienen. De Centrale Raad heeft echter geoordeeld dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van de eerdere uitspraak. Verzoeker heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren gebracht die onder artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vallen, waardoor het verzoek om herziening moet worden afgewezen. De Svb heeft een verweerschrift ingediend, maar beide partijen zijn niet verschenen ter zitting op 19 juni 2020. De Centrale Raad heeft geconcludeerd dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling en heeft het verzoek om herziening afgewezen. De uitspraak is openbaar uitgesproken en ondertekend door C.H. Bangma, met C.I. Heijkoop als griffier.

Uitspraak

Datum uitspraak: 31 juli 2020
19/4417 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 september 2019, 18/6380 AOW-V
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft bij brief van 11 oktober 2019 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 september 2019.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het verzoek om herziening is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 19 juni 2020. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 20 september 2019 heeft de Raad het verzet van verzoeker tegen de uitspraak van de Raad van 28 maart 2019 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van de Raad van 28 maart 2019 heeft de Raad het door verzoeker ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juni 2018, 17/7095 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.
Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de bestuursrechter een onherroepelijk geworden uitspraak op verzoek van een partij herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Verzoeker heeft naar voren gebracht dat hij het hogerberoepschrift door ziekte niet tijdig heeft ingediend en gevraagd zijn zaak opnieuw te bekijken.
Het is vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van 26 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1615) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Verzoeker heeft geen feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb naar voren gebracht. Het verzoek om herziening moet dan ook worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van C.I. Heijkoop als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) C.I. Heijkoop
IvR

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);
statue:
Rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par C.H. Bangma comme membre, en présence de
C.I. Heijkoopen qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 31 juillet 2020.