ECLI:NL:CRVB:2020:1579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe medische feiten
Appellant, geboren in 1998, vroeg een Wajong-uitkering aan wegens ernstige ADHD en een licht verstandelijke beperking. Het UWV wees de aanvraag in januari 2017 af omdat appellant arbeidsvermogen zou hebben. Na een nieuwe aanvraag in augustus 2017 en een medisch onderzoek waarbij geen wijziging werd vastgesteld, weigerde het UWV terug te komen op het eerdere besluit.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig en de motivatie voldoende was. Er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding gaven voor herziening. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beoordeling onjuist was en vroeg om inschakeling van een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV en de rechtbank terecht hadden geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren. De medische situatie was sinds de eerste aanvraag niet gewijzigd en de arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant basale werknemersvaardigheden bezit. De Raad zag geen reden voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het besluit tot afwijzing van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe medische feiten.