ECLI:NL:CRVB:2020:1546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in sociaal zekerheidszaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar genomen die geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant, waarna het hoger beroep is ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep, inclusief kosten voor het opvragen van medische informatie. De totale proceskostenvergoeding bedraagt €3.562,09.
Daarnaast heeft appellant een verzoek ingediend tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Raad heeft vastgesteld dat de procedure ruim vijf jaar heeft geduurd, terwijl de redelijke termijn voor een procedure in drie instanties in dit soort zaken maximaal vier jaar bedraagt.
De overschrijding wordt volledig toegerekend aan de bestuursrechter, waarop de Raad de Staat veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van €1.500,-. Tevens worden de proceskosten van appellant in verband met dit verzoek begroot op €262,50 en aan appellant toegekend.
De uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen namens de Centrale Raad van Beroep op 16 juli 2020.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en de Staat tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.