Uitspraak
19.2580 WW-PV
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de door betrokkene in hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.050,-;
- bepaalt dat van het Uwv een griffierecht van € 519,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Het UWV verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen het herzienings- en boetebesluit van 10 september 2014 niet-ontvankelijk. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit en oordeelde dat het bezwaar tijdig was ingediend, omdat de besluiten pas bekend werden gemaakt bij toezending aan de gemachtigde op 1 maart 2018.
Niet in geschil was dat de besluiten niet aangetekend aan betrokkene waren verzonden en dat het UWV geen deugdelijke verzendadministratie had. De rechtbank vond geen concrete aanwijzingen dat betrokkene de besluiten eerder had ontvangen, ondanks het invullen van inkomensformulieren en eerdere correspondentie.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en verwierp het verweer van het UWV dat het bezwaar niet tijdig was omdat het niet direct na ontvangst was ingediend. De Raad stelde dat de jurisprudentie waar het UWV zich op beriep niet van toepassing was op deze situatie.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde het UWV in de proceskosten en legde een griffierecht op.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het herzienings- en boetebesluit is ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.