ECLI:NL:CRVB:2020:1463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens verwijtbaar niet verschijnen op gesprek
Appellant ontving sinds 2013 bijstand en kreeg deze laatstelijk op grond van de Participatiewet. Het college stelde een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand en schortte deze op per 14 februari 2019 vanwege onvoldoende medewerking bij een gesprek op die datum. Appellant werd uitgenodigd voor een herstelgesprek op 27 februari 2019, maar verscheen niet.
Het college trok vervolgens de bijstand met ingang van 14 februari 2019 in, omdat appellant het verzuim niet had hersteld en dit hem verwijtbaar was. Het opschortingsbesluit werd aangetekend verzonden, maar appellant haalde het niet af ondanks een afhaalbericht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep betoogde appellant dat hem niets verweten kon worden omdat hij niet bekend was met het besluit. De Raad oordeelde dat het niet afhalen van aangetekende post voor risico van appellant komt en dat hij verwijtbaar niet is verschenen. Daarom is de intrekking terecht en wordt het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens verwijtbaar niet verschijnen op gesprek wordt bevestigd.