ECLI:NL:CRVB:2020:1354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wet langdurige zorg wegens psychiatrische problematiek
Appellant, bekend met een dissociatieve stoornis, persoonlijkheidsstoornis en somatische klachten, vroeg zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af omdat de klachten en beperkingen vooral voortkomen uit psychiatrische problematiek, die geen toegang tot Wlz-zorg biedt.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De rechtbank oordeelde dat de eerdere indicatie van de Raad voor de Rechtspraak voor AWBZ-zorg niet automatisch recht geeft op Wlz-zorg. Het medisch advies van het CIZ werd als zorgvuldig en juist beoordeeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het ontbreken van een indicatie na de eerdere uitspraak schade veroorzaakt en vroeg om een dwangsom en schadevergoeding. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en wees het beroep af. Een aanvullend onderzoek door een onafhankelijke psychiater zou geen ander resultaat opleveren omdat psychiatrische problematiek geen toegang tot Wlz-zorg verschaft.
De Raad benadrukte dat het CIZ na de eerdere uitspraak geen aanleiding had om een nieuwe AWBZ-indicatie af te geven en dat de afwijzing van de Wlz-aanvraag op goede gronden berust. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag van appellant voor zorg op grond van de Wlz wordt afgewezen wegens psychiatrische problematiek die geen toegang geeft tot Wlz-zorg.