ECLI:NL:CRVB:2020:1313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-uitkering met verkorte wachttijd bij terugkerende darmproblemen
Betrokkene, werkzaam als loodgieter via een uitzendbureau, meldde zich in september 2016 ziek vanwege terugkerende darmproblemen waarvoor hij meerdere operaties en chemotherapie heeft ondergaan. Hij vroeg een WIA-uitkering met verkorte wachttijd aan, ondersteund door medische verklaringen die een levenslange aandoening en terugkerende poliepen beschreven.
Het UWV wees de aanvraag af omdat betrokkene niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat alleen bij een onomkeerbare medische situatie een verkorte wachttijd kan worden toegekend. De rechtbank vond dat de medische beoordeling van het UWV juist was en dat herstel niet was uitgesloten.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, aangevuld met een advies van een verzekeringsarts die stelde dat betrokkene vanwege periodieke scopieën telkens arbeidsongeschikt zou zijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het uitsluitend om een medische beoordeling gaat en dat een arbeidskundige beoordeling niet past bij de verkorte wachttijd. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en concludeerde dat er geen sprake is van een medisch stabiele of verslechterende situatie die recht geeft op een verkorte wachttijd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door H.G. Rottier, in aanwezigheid van griffier A.L. Abdoellakhan.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard; geen recht op WIA-uitkering met verkorte wachttijd.