ECLI:NL:CRVB:2020:126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- M.F. Wagner
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en intrekking bijstand wegens niet gemelde inkomsten
Appellante ontving bijstand over verschillende periodes en samen met haar overleden echtgenoot werd vastgesteld dat zij inkomsten uit arbeid niet hadden gemeld. Na een anonieme melding startte het team handhaving een onderzoek, waarbij waarnemingen, getuigenverklaringen en dossieronderzoek werden gebruikt. Het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel besloot daarop de bijstand te herzien, terug te vorderen en een boete op te leggen wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen de terugvorderingsbesluiten ongegrond en stelde de boete vast op een lager bedrag. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het college onzorgvuldig had gehandeld, onder meer door het niet overleggen van inkomensformulieren en het noemen van verschillende terugvorderingsbedragen. Ook stelde zij dat het college het vertrouwensbeginsel had geschonden en dat de boete-uitspraak tot verlaging van de terugvordering had moeten leiden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellante en haar echtgenoot de inlichtingenplicht hadden geschonden en dat het college voldoende bewijs had geleverd. De Raad verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en de onschuldpresumptie, omdat de boete-uitspraak niet inhoudt dat het college niet heeft aangetoond dat de inlichtingenplicht was geschonden. Het benadelingsbedrag uit artikel 18a PW speelt geen rol bij de hoogte van de terugvordering. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en intrekking van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.