ECLI:NL:CRVB:2020:117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- J.L. Boxum
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en boete wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2000 en werden onderzocht na een anonieme tip over mogelijk onrechtmatig gedrag. Het college stelde vast dat tussen 2014 en 2016 aanzienlijke kasstortingen, bijschrijvingen en betalingen aan derden plaatsvonden die niet aannemelijk werden verklaard.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug, en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen, en verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij de stortingen en betalingen konden verklaren met onder meer creditcardopnames, leningen, kerkelijke activiteiten en een loterij. De Raad oordeelde echter dat deze verklaringen niet voldoende waren onderbouwd met objectief bewijs en bevestigde de eerdere uitspraken.
De Raad wees ook het beroep op evenredigheid af omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De opgelegde boete werd als evenredig beoordeeld gezien de schending van de inlichtingenverplichting en de draagkracht van appellanten. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand en de boete worden bevestigd wegens onvoldoende aannemelijkheid van de herkomst van stortingen en betalingen.