ECLI:NL:CRVB:2020:1074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot terugwerkende stopzetting ouderdomspensioen en verklaring niet AWBZ-verzekerd
Betrokkene ontvangt sinds 2011 een Duits ambtenarenpensioen en sinds 2014 een Nederlands ouderdomspensioen. Zij verzocht meerdere malen om met terugwerkende kracht af te zien van het Nederlandse ouderdomspensioen en om een verklaring niet AWBZ-verzekerd te worden afgegeven. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit verzoek op grond van haar beleidsregel SB1069, die geen terugwerkende kracht toestaat.
De rechtbank had het bezwaar van betrokkene gegrond verklaard en de Svb verplicht om het ouderdomspensioen met terugwerkende kracht stop te zetten en de verklaring niet AWBZ-verzekerd af te geven. De Svb ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overweegt dat de AOW geen wettelijke grondslag biedt voor herziening met terugwerkende kracht in dit soort gevallen en dat het beleid van de Svb als buitenwettelijk en begunstigend terughoudend getoetst moet worden. Omdat in de beleidsregel geen terugwerkende stopzetting is opgenomen, is het afwijzen van het verzoek door de Svb terecht.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de terugwerkende stopzetting en verklaring niet AWBZ-verzekerd betreft, verklaart het bezwaar tegen het besluit van de Svb ongegrond en bevestigt dat de Svb geen verklaring hoeft af te geven voor de periode in geschil. Een veroordeling in proceskosten wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek tot terugwerkende stopzetting van het ouderdomspensioen ongegrond en bevestigt dat geen verklaring niet AWBZ-verzekerd wordt afgegeven.