ECLI:NL:CRVB:2019:993
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het verzoek om herziening van een bestuursrechtelijke uitspraak inzake vergoeding scootmobiel
Verzoekster heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin haar verzoek om vergoeding voor een scootmobiel voor twee personen werd afgewezen. De Raad had eerder wel een vergoeding toegekend voor een scootmobiel voor één persoon, maar oordeelde dat de voorziening voor twee personen niet verband hield met de klachten van verzoekster.
Verzoekster stelde dat de verklaring van haar huisarts onjuist was en dat de huisarts haar nooit op de grote scootmobiel had gezien. De Raad heeft dit aangevoerd onderzocht en geoordeeld dat dit niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, die vereist dat er sprake moet zijn van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
De Raad benadrukte dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een inhoudelijke discussie over de uitspraak te heropenen zonder nieuwe feiten. Gezien het ontbreken van dergelijke nieuwe feiten werd het verzoek om herziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.