ECLI:NL:CRVB:2019:979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.C.W. Lange
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juistheid vaststelling arbeidsbeperkingen en zorgvuldigheid verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, werkzaam als schoenhersteller, viel uit wegens psychische klachten en ontving een loongerelateerde uitkering. Na een herbeoordeling stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 60,97%, leidend tot beëindiging van de loongerelateerde uitkering en toekenning van een WGA-vervolguitkering. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende medische gegevens had overgelegd om de beperkingen te betwisten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende medische informatie beschikbaar was en dat de rechtbank ten onrechte geen deskundige had benoemd. Tevens stelde appellant dat de bewijsopdracht onterecht bij hem lag en dat het UWV niet onpartijdig was, waardoor het beginsel van equality of arms werd geschonden. Het UWV betwistte deze stellingen en verwees naar eerdere jurisprudentie.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met voldoende medische informatie van behandelaars. Er was geen sprake van schending van het beginsel van equality of arms, ook niet vanwege het ontbreken van een door appellant ingeschakeld deskundigenrapport. De inhoudelijke beoordeling van de beperkingen, waaronder psychische klachten, rugklachten en slaapapneu, was juist. Appellant kon de werkzaamheden verrichten die horen bij de geselecteerde functies. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van de arbeidsbeperkingen door het UWV wordt bevestigd.