ECLI:NL:CRVB:2019:958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellante, voormalig administratief medewerkster, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55,44%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, dat onvoldoende rekening was gehouden met het medisch oordeel van haar behandelend psychiater en dat onterecht geen urenbeperking was opgenomen. Zij overlegde diverse medische stukken en vroeg om een onafhankelijke deskundige.
De Raad concludeerde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig en goed gemotiveerd was, waarbij alle klachten en relevante medische informatie waren betrokken. De gestelde diagnose was niet doorslaggevend, maar de objectief vastgestelde beperkingen. Er was geen medische grond voor een urenbeperking en de geselecteerde functies waren passend. Er was geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.