ECLI:NL:CRVB:2019:916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing individuele inkomenstoeslag wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
In deze zaak staat centraal of appellanten recht hebben op een individuele inkomenstoeslag over de jaren 2014 en 2015 vanwege bijzondere omstandigheden. De rechtbank Rotterdam had geoordeeld dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij bijzondere omstandigheden hadden die rechtvaardigen dat zij de toeslag zouden ontvangen.
Appellanten voerden aan dat zij sinds 2014 telefonisch contact hadden gehad met het college over de toeslag, maar konden niet concreet aangeven wanneer deze gesprekken plaatsvonden, met wie zij spraken of wat de inhoud was. Hierdoor was er voor het college geen aanleiding om nader onderzoek te doen naar hun aanvragen.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat het college niet verplicht was appellanten te informeren over het mislopen van toeslagen. Het is de eigen verantwoordelijkheid van appellanten om tijdig een schriftelijke aanvraag in te dienen. De Raad verwierp de argumenten van appellanten en bevestigde dat het college de aanvragen terecht heeft afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 februari 2019.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college de aanvraag om een individuele inkomenstoeslag terecht heeft afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.