Uitspraak
17.7384 AOW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de Svb in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 768,-;
- bepaalt dat van de Svb een griffierecht van € 501,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene is sinds 1984 gescheiden van haar echtgenoot en sinds 1985 gescheiden van tafel en bed. Ondanks het gezamenlijke bezit van een vakantiehuisje en beperkt contact vanwege zorg, leidt betrokkene een eigen leven als ware zij ongehuwd.
De Sociale verzekeringsbank herzag het AOW-pensioen van betrokkene naar de gehuwdennorm, maar de rechtbank verklaarde dit bezwaar gegrond. In hoger beroep bevestigt de Raad dat sprake is van duurzaam gescheiden leven zoals bedoeld in de AOW.
De Raad oordeelt dat het contact tussen betrokkene en haar echtgenoot vooral voortkomt uit zorgplicht en niet afdoet aan de duurzame scheiding. De financiële verstrengeling door het vakantiehuisje is noodgedwongen en verandert niets aan de feitelijke situatie.
De Raad veroordeelt de Sociale verzekeringsbank in de proceskosten en heft griffierecht. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene duurzaam gescheiden leeft en behoudt het AOW-pensioen naar de norm voor een alleenstaande.