ECLI:NL:CRVB:2019:786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening vaststelling arbeidsongeschiktheid na bedrijfsongeval met aanpassing WIA-uitkering
Betrokkene, die na een bedrijfsongeval in 2009 zijn werkzaamheden als woningstoffeerder staakte wegens ernstige enkel- en rugklachten, kreeg aanvankelijk een WGA-vervolguitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 60,67%. Na bezwaar en een deskundigenonderzoek stelde de rechtbank dat de belastbaarheid van betrokkene niet juist was vastgesteld en vernietigde het besluit van het UWV.
In hoger beroep heeft het UWV betoogd dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de conclusies van de door de rechtbank benoemde deskundige juist had verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV overtuigend en transparant had gemotiveerd dat de beperkingen adequaat waren verwerkt en dat de geselecteerde functies passend waren.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep berekende een hogere mate van arbeidsongeschiktheid van 62,89%, wat een wijziging van de rechtspositie van betrokkene inhoudt. De Raad herroept daarom het besluit van 7 augustus 2014 en stelt de arbeidsongeschiktheid per die datum vast op 62,89%. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op 62,89%, waarmee het eerdere besluit wordt herroepen.