ECLI:NL:CRVB:2019:662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- H. Lagas
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Tijdelijke aanstelling ambtenaar niet onrechtmatig beëindigd na melding misstand
Appellant was tijdelijk aangesteld als [functie 1] bij de Dienst [dienst] van de gemeente Den Haag voor twee jaar, met afloop op 1 maart 2017. Het college besloot de tijdelijke aanstelling niet om te zetten in een vaste aanstelling vanwege een kwaliteitsslag binnen de organisatie en objectieve criteria zoals houding, gedrag en samenwerking.
Appellant stelde dat het niet verlengen van zijn aanstelling verband hield met een door hem gedane melding van een misstand en daarmee in strijd was met de Regeling Melden Vermoeden van een Misstand Den Haag 2015. Het college ontkende dit en motiveerde het besluit met organisatorische en functionele redenen.
De Raad oordeelde dat het college niet verplicht was de tijdelijke aanstelling om te zetten en dat het besluit niet in strijd was met geschreven of ongeschreven recht. Er was geen oorzakelijk verband tussen de melding van een misstand en het beëindigen van de aanstelling. De rechtbank had terecht geweigerd de leidinggevende als getuige op te roepen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het niet omzetten van de tijdelijke aanstelling naar een vaste aanstelling is niet onrechtmatig en niet gerelateerd aan de melding van een misstand.