Uitspraak
15.7908 PW, 15/7910 PW, 17/316 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt aangevallen uitspraak 1;
- bevestigt aangevallen uitspraak 2 voor zover aangevochten.
Centrale Raad van Beroep
Appellant A ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Uit onderzoek bleek dat hij eigenaar was van een woning en meerdere percelen grond in Turkije, wat niet was gemeld aan het college. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug. Appellant voerde aan dat hij niet over het onroerend goed kon beschikken vanwege lopende rechtszaken en schulden aan familieleden.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellant ongegrond of niet-ontvankelijk. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over de woning en grond kon beschikken in de relevante periode. Ook de taxatiewaarde van de onroerende zaken werd door het college terecht gevolgd, ondanks dat de taxateur geen erkend taxateur was, omdat de deskundigheid en zorgvuldigheid voldoende waren aangetoond.
Verder was niet gebleken dat er een schuld tegenover de eigendommen stond die het vermogen onder de vermogensgrens bracht. De Raad bevestigde daarmee de besluiten van het college en de eerdere uitspraken van de rechtbanken, waarmee de intrekking van de bijstand en de terugvordering rechtsgeldig bleven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens niet gemeld bezit van woning en grond in Turkije.