ECLI:NL:CRVB:2019:576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding
Appellante ontvangt sinds 2006 bijstand en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme tip over haar woonsituatie en vermeende zwartwerkactiviteiten. Sociaal rechercheurs voerden een onderzoek uit, waaronder verhoren, waaruit bleek dat appellante en haar ex-partner X een gezamenlijke huishouding voerden.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand met terugwerkende kracht in wegens het niet melden van deze gezamenlijke huishouding, waardoor appellante haar inlichtingenverplichting zou hebben geschonden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij tijdens het verhoor onder psychische druk stond en daardoor haar verklaring niet juist kon afleggen. Dit werd door de Raad niet als relevant voor de wijze van verhoor beoordeeld.
De Raad oordeelde dat appellante gehouden is aan haar verklaring, die consistent en ondertekend is, en dat de intrekking van de bijstand terecht is. Het verzoek om aanhouding van de procedure om sociaal rechercheurs te horen werd afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.