ECLI:NL:CRVB:2019:571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging veroordeling college in proceskosten bij afwijzing bijstandsaanvraag door niet overleggen bankafschriften
Betrokkenen dienden een aanvraag om bijstand in op grond van de Participatiewet, maar leverden niet alle gevraagde bankafschriften aan, met name van een specifieke bankrekening van betrokkene 2. Het college wees de aanvraag af omdat betrokkenen niet voldeden aan hun inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het college in de proceskosten van betrokkenen.
Het college ging in hoger beroep tegen de proceskostenveroordeling. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat betrokkenen zelf in gebreke waren gebleven door niet tijdig de gevraagde bankafschriften te overleggen, ook niet in bezwaar. Pas in beroep bij de rechtbank werden jaaroverzichten overgelegd, maar dat had eerder kunnen gebeuren.
De Raad stelde vast dat de proceskosten die betrokkenen maakten niet redelijkerwijs noodzakelijk waren geweest als zij tijdig de gevraagde gegevens hadden verstrekt. Daarom vernietigde de Raad de proceskostenveroordeling van het college. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de proceskostenveroordeling van het college wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften door betrokkenen.