ECLI:NL:CRVB:2019:515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens niet verschijnen op oproepen bevestigd met proceskostenveroordeling
Appellante meldde zich ziek en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na meerdere oproepen voor gesprekken met een arbeidsdeskundige waarop zij zonder afmelding niet verscheen, beëindigde het Uwv haar uitkering. Appellante maakte bezwaar, dat niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde dit bezwaar gegrond, maar in verzet kwam het Uwv in het gelijk.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het besluit van beëindiging niet correct was bekendgemaakt en dat zij niet tijdig kon reageren vanwege een derdenbeslag. De Raad oordeelde dat het besluit wel degelijk op juiste wijze naar het laatst bekende adres was verzonden, ook al was dat niet meer het actuele adres van appellante. De schending van de hoorplicht was aanwezig, maar dit leidde niet tot benadeling omdat appellante in latere procedures voldoende gelegenheid kreeg haar standpunten toe te lichten.
De Raad bevestigde het oordeel dat het bezwaar niet tijdig was ingediend en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van gronden. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: De Raad bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, met proceskostenveroordeling tegen het Uwv.