ECLI:NL:CRVB:2019:4346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijstand aan met ingang van 7 juni 2017, terwijl hij zich pas op 4 september 2017 meldde. Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort kende bijstand toe vanaf 12 september 2017, later gewijzigd naar 4 september 2017.
Appellant stelde dat het college fouten had gemaakt en zijn verklaring verkeerd had geïnterpreteerd, maar deze gronden waren niet nieuw en hadden in een eerdere procedure tegen een onherroepelijk besluit van 21 augustus 2017 moeten worden aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat bijstand in principe niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Zulke omstandigheden waren niet aanwezig, omdat eerdere aanvragen waren behandeld en er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren.
Ook het beroep op rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie leidde niet tot een ander oordeel, omdat die rechtspraak op een andere situatie ziet en onvoldoende onderbouwd was.
Het hoger beroep van appellant werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend.