ECLI:NL:CRVB:2019:4344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij ZW-uitkering
Appellant heeft zich op 25 september 2013 ziek gemeld en ontving verschillende uitkeringen, waaronder een korte periode een Ziektewetuitkering. Op 1 januari 2018 meldde hij zich opnieuw ziek, maar het UWV weigerde een ZW-uitkering toe te kennen omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn maatgevende arbeid. Deze beslissing werd door de rechtbank bevestigd.
Na de uitspraak van de rechtbank kende het UWV bij een heroverweging alsnog een IVA-uitkering toe met ingang van 1 januari 2017, die appellant nog steeds ontvangt. Hierdoor heeft het verzoek om een ZW-uitkering per 1 januari 2018 geen feitelijke betekenis meer.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen procesbelang heeft bij het hoger beroep omdat het resultaat niet meer kan worden bereikt en het belang louter principieel is. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.