ECLI:NL:CRVB:2019:4320
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdig betalen griffierecht in AOW-zaken
Verzoeker heeft tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake AOW een verzoek tot herziening ingediend, maar dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. Verzoeker heeft hiertegen verzet aangetekend en gesteld dat het griffierecht wel betaald zou zijn.
Tijdens de zitting van 15 november 2019, waar beide partijen afwezig waren, heeft de Raad overwogen dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was ontvangen en dat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het verzuim kunnen rechtvaardigen. Tevens heeft verzoeker geen bewijsstukken overlegd ter onderbouwing van de betaling.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier E.D. de Jong, op 20 december 2019.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.