ECLI:NL:CRVB:2017:1220

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 maart 2017
Publicatiedatum
31 maart 2017
Zaaknummer
15/6618 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late griffierechtbetaling ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht.

In het verzet stelde appellant bereid te zijn het griffierecht alsnog binnen een nieuwe termijn te voldoen en verzocht om een nieuwe acceptgirokaart. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen en dat het wettelijke stelsel geen ruimte biedt voor het stellen van een nieuwe termijn voor betaling.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het te laat betaalde griffierecht van €112,- wordt terugbetaald aan appellant. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 maart 2017.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te late betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 maart 2017
15/6618 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 september 2015, 14/7271 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: N. Talhaoui
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • verklaart het verzet ongegrond;
  • bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 112,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellant wordt terugbetaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 16 september 2016 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.
In verzet heeft appellant aangegeven bereid te zijn het griffierecht binnen een nieuw te stellen termijn opnieuw te voldoen en verzocht om toezending van een nieuwe acceptgirokaart.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om verzoeker een nieuwe termijn voor tijdige betaling van het griffierecht te geven.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 112,-) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 16 maart 2017
De griffier De voorzitter
(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons

KP

DECISION
Le Centrale Raad van Beroep (conseil central d’appel)
- déclare l’opposition non fondée;
- décide que le droit de greffe de 112,00 € payé pour l’appel est remboursé à l’appelant par le
greffier du Centrale Raad van Beroep.
Ce verdict a été fait par T.G.M. Simons en présence de N. Talhaoui en qualité de greffier. La décision a été prononcée en public le 16 mars 2017.