Uitspraak
18 2207 PW, 18/4172 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 23 april 2018 ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand en huurde een woning op een adres waar hij door ontbinding van de huurovereenkomst moest vertrekken. Vanaf 17 april 2017 verbleef hij bij een kennis op een ander adres, maar mocht zich daar niet inschrijven, waardoor hij een briefadres aanvroeg.
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag paste de kostendelersnorm toe op basis van een driepersoonshuishouden vanaf die datum. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar het feitelijk verblijf van een medebewoner op dat adres.
In hoger beroep betwistte appellant dat hij vanaf 17 april 2017 zijn hoofdverblijf op het nieuwe adres had. De Raad oordeelde dat de feitelijke situatie en verklaringen van appellant bevestigen dat zijn hoofdverblijf op dat adres was, ondanks het ontbreken van inschrijving, en dat het college terecht van deze feiten uitging.
De Raad verwierp het betoog dat nader onderzoek nodig was en dat de sleuteloverdracht op 1 mei 2017 relevant was, omdat de feitelijke woonsituatie leidend is. Het hoger beroep slaagt niet en het besluit wordt bevestigd. Het beroep tegen het nader besluit is eveneens ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toepassing van de kostendelersnorm wordt bevestigd.