Uitspraak
18.3099 WIA
OVERWEGINGEN
.Er is daarom geen sprake van schending van het beginsel van equality of arms en geen aanleiding om op die grond een deskundige in te schakelen.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving vanaf 2011 een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2017 stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op ongeveer 53%, waarna het bezwaar van appellante ongegrond werd verklaard.
De rechtbank onderschreef de medische grondslag van het UWV-besluit en oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden gedaan, inclusief lichamelijk en psychisch onderzoek en het betrekken van medische informatie uit de behandelende sector. De rechtbank vond geen reden om de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep onjuist te achten.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten en beperkingen onderschat waren, met name haar rugklachten en psychische aandoeningen, en verzocht zij om een onafhankelijke verzekeringsarts. De Raad oordeelde echter dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, dat appellante voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten te onderbouwen en dat er geen aanwijzingen waren voor een onjuiste medische beoordeling.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn en dat het hoger beroep niet slaagt. Er is geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige en geen reden om het besluit van het UWV te wijzigen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.