Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
het vernietigde besluit;
in totaal € 169,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als helpende thuiszorg, meldde zich ziek na een hartinfarct in november 2013. Het UWV stelde in maart 2015 vast dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen en beëindigde haar ziekengelduitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij de medische beoordeling van het UWV onderschreef.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen door fysieke en psychische klachten werden onderschat. Zij overhandigde medische stukken waaruit bleek dat zij in maart 2017 minder dan 65% van haar loon kon verdienen. De Raad beoordeelde dat het voordeel van de twijfel aan appellante gegeven moest worden, mede gelet op de toekenning van een WIA-uitkering in maart 2018 en de medische informatie van haar behandelend psychiater.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit van het UWV, herroept het eerdere besluit van maart 2015 en bepaalt dat appellante recht blijft houden op een Ziektewetuitkering vanaf 4 april 2015. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd, waardoor zij recht houdt op een Ziektewetuitkering vanaf 4 april 2015.