ECLI:NL:CRVB:2019:4126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen intrekking ZW-uitkering wegens geschiktheid arbeid
Appellante had een Ziektewetuitkering die per 27 juni 2016 werd ingetrokken omdat zij geschikt werd geacht voor ten minste één functie uit de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, omdat de medische rapporten van verzekeringsartsen zorgvuldig en consistent waren en voldoende onderbouwd waarom zij arbeid kon verrichten, met name de functie van wikkelaar.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rapporten onzorgvuldig waren en dat haar pijnklachten en OSAS onvoldoende waren meegewogen. De Raad stelde vast dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, dat de klachten waren meegenomen en dat de nieuwe medische stukken niet relevant waren voor de periode in geschil.
De Raad oordeelde dat het Uwv terecht had vastgesteld dat appellante geschikt was voor arbeid en dat het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel niet slaagde omdat het bestuursorgaan bevoegd was om eerdere fouten te herstellen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de ZW-uitkering per 27 juni 2016 bevestigd.