ECLI:NL:CRVB:2019:4110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens niet behouden algemeen geaccepteerde arbeid bij tweede recidive
Appellant ontvangt sinds 2013 bijstand en is verplicht algemeen geaccepteerde arbeid te behouden. Na meerdere waarschuwingen en eerdere maatregelen wegens onvoldoende medewerking en sollicitatiegedrag, is zijn bijstand met 100% verlaagd voor de maanden november 2017 tot en met januari 2018 omdat hij zijn baan bij een uitzendbureau niet heeft behouden.
Appellant voerde aan dat organisatorische problemen bij het uitzendbureau en gebrek aan adequate inwerking hem verhinderden zijn werkzaamheden voort te zetten, en dat hij geen verwijt treft. Tevens stelde hij dat dringende redenen, zoals medische klachten en financiële problemen, een verlaging van de maatregel rechtvaardigden.
De Raad oordeelde dat appellant had moeten verschijnen op de ingeroosterde dagen en zijn problemen had moeten bespreken. Het ontbreken van toegang tot het rooster en het niet teruggebeld worden rechtvaardigen het wegblijven niet. De maatregel is conform de Participatiewet en de gemeentelijke verordening opgelegd. Dringende redenen zijn niet aannemelijk gemaakt, mede gelet op de financiële situatie en het ontbreken van medische noodzaak voor aanpassing.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 100% wegens niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid en tweede recidive wordt bevestigd.