ECLI:NL:CRVB:2019:4094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand na intrekking wegens schending inlichtingenplicht
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 12 maart 2019 de eerdere uitspraak van de rechtbank Limburg vernietigd en bepaald dat het college van burgemeester en wethouders van Venlo een nieuw besluit moest nemen over de terugvordering van bijstand. De intrekking van bijstand over de periode van 20 april 2016 tot en met 15 december 2016 werd gerechtvaardigd vanwege een schending van de inlichtingenplicht door appellant, die geen melding maakte van een hennepkwekerij in zijn woning.
Het college heeft vervolgens op 27 juni 2019 een nieuw besluit genomen waarin het een bedrag van €6.667,83 bruto terugvordert, waarvan na verrekening van proceskosten een restant van €3.423,83 resteert. Appellant voerde aan dat hij niet betrokken was bij de hennepkwekerij en dat de intrekking van de bijstand ook in deze procedure nog ter discussie stond.
De Raad oordeelt echter dat de intrekking zelf niet opnieuw ter beoordeling staat, omdat de omvang van het geding beperkt is tot de vraag of het college het eerdere oordeel correct heeft uitgevoerd. Het college heeft conform de opdracht van de Raad een nieuwe berekening gemaakt en het terug te vorderen bedrag vastgesteld. Appellant heeft geen zelfstandige beroepsgronden tegen deze berekening aangevoerd.
Daarom verklaart de Raad het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.