ECLI:NL:CRVB:2019:4076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding
Appellant maakte bezwaar tegen de wijziging van zijn AOW-pensioen door de Sociale Verzekeringsbank (Svb), waarbij het pensioen werd aangepast naar de norm voor samenwonenden vanaf 9 november 2015. De rechtbank Limburg had dit besluit eerder bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant en X inderdaad een gezamenlijke huishouding voerden, zoals blijkt uit de ingevulde checklist waarin wederzijdse zorg en gedeelde kosten werden vastgesteld. De rechtbank had terecht geconcludeerd dat aan het criterium van wederzijdse zorg was voldaan, ondanks het betoog van appellant.
Er was geen bewijs van onaanvaardbare druk om de verklaring af te leggen, en de Raad wees het verzoek tot schadevergoeding af. Het hoger beroep werd verworpen en de beslissing van de Svb bleef van kracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het AOW-pensioen van appellant terecht is aangepast naar het tarief voor samenwonenden.