ECLI:NL:CRVB:2019:3995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op WAO- en Wajong-besluiten ondanks nieuwe autisme-diagnose
Appellante, geboren in 1957, heeft zich in 1987 ziek gemeld en kreeg in 1989 een WAO-beoordeling waarbij zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. In 2004 werd een Wajong-uitkering geweigerd omdat zij niet arbeidsongeschikt was op haar zeventiende verjaardag en de daaropvolgende 52 weken. In 2015 verzocht appellante het UWV terug te komen op deze besluiten, onderbouwd met nieuwe medische rapporten, waaronder een diagnose binnen het autistisch spectrum.
Het UWV wees het verzoek af omdat de nieuwe medische inzichten niet leidden tot de conclusie dat de eerdere besluiten onjuist waren. De verzekeringsartsen concludeerden dat de beperkingen destijds adequaat waren beoordeeld en dat de nieuwe diagnose geen aanleiding gaf tot herziening. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de nieuwe feiten en inzichten, waaronder een door haar psychiater opgestelde functionele meldingslijst (FML), voldoende aanleiding boden voor herbeoordeling. De Raad oordeelde echter dat de medische beoordelingen van destijds zorgvuldig waren en dat de nieuwe diagnose niet aantoonde dat zij vanaf haar zeventiende onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest.
De Raad stelde vast dat er geen twijfel bestond die het inschakelen van een onafhankelijke deskundige rechtvaardigde. De eerdere uitspraak werd bevestigd, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere besluiten van het UWV blijven in stand.