Uitspraak
17 7492 PW
PROCESVERLOOP
mr. N.D. Fritz-Pierik.
Centrale Raad van Beroep
Appellante diende op 29 maart 2017 een aanvraag om bijstand in op grond van de Participatiewet, waarbij zij verklaarde te wonen bij haar zoon en dochter op een opgegeven adres. Na gesprekken met een medewerker van Sociale Zaken bleek haar woonsituatie onduidelijk, mede doordat zij geen eigen slaapkamer had en de huissleutel niet in haar bezit was.
Het college besloot op 6 juni 2017 de aanvraag af te wijzen vanwege het niet verlenen van medewerking aan een huisbezoek, een besluit dat bij bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante onder meer aan dat zij niet geïnformeerd was over de consequenties van het niet meewerken en dat sprake was van overmacht.
De Raad oordeelde dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek en dat het college de verstrekte informatie niet op een minder ingrijpende wijze kon verifiëren. Het niet beschikken over de huissleutel lag in de risicosfeer van appellante, die onvoldoende pogingen had gedaan om alsnog toegang te verkrijgen. Het beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens het niet meewerken aan een noodzakelijk huisbezoek en het ontbreken van de huissleutel in de risicosfeer van appellante.