Uitspraak
18 530 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
AIO-aanvulling alleen voor haar echtgenoot geldt en de helft van de norm voor een gehuwde bedraagt. Tegen dit besluit is geen rechtsmiddel aangewend.
Centrale Raad van Beroep
Appellante en haar echtgenoot ontvingen vanaf 2009 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). De Sociale verzekeringsbank (Svb) ontdekte dat zij sinds 1988 een woning in Turkije bezaten, die niet was gemeld bij de aanvraag van de AIO-aanvulling. Hierdoor werd het recht op bijstand ingetrokken vanaf 1 mei 2009 en de aanvraag van 22 september 2016 afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de woning niet bewust had verzwegen en dat de waarde van de woning laag was, waardoor zij toch recht zou hebben op AIO-aanvulling. De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat het bezit van de woning duidelijk gemeld had moeten worden.
De taxatie van de woning door een lokale makelaar werd als betrouwbaar beschouwd, terwijl de door appellante overgelegde waardebepalingen niet gemotiveerd waren en de gemeentelijke waarden in Turkije doorgaans lager zijn dan de marktwaarde. Omdat het vermogen boven de vrijstellingsgrens lag, was er vanaf 1 september 2016 geen recht op AIO-aanvulling. Voor de periode daarvoor kon het recht niet worden vastgesteld door het ontbreken van gegevens.
De Raad bevestigde daarom de intrekking en afwijzing van de aanvraag en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling wegens het niet melden van het bezit van een woning in het buitenland.