ECLI:NL:CRVB:2019:383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden appellant zonder erfgenamen
Appellant is op 18 maart 2018 overleden tijdens de procedure van hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. Na het overlijden heeft de gemachtigde van appellant zich teruggetrokken en is er geen vertegenwoordiging meer verschenen bij de zitting.
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of er erfgenamen of belanghebbenden waren die de procedure wilden voortzetten. Na publicatie in de Staatscourant hebben zich geen erfgenamen of belanghebbenden gemeld.
Omdat het processuele belang van appellant is komen te vervallen, verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant is overleden en er geen erfgenamen zijn die de procedure voortzetten.