ECLI:NL:CRVB:2019:3828

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 november 2019
Publicatiedatum
3 december 2019
Zaaknummer
19-1879 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • A. Stehouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding bij intrekking bijstand

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem heeft bij besluit van 7 augustus 2018 de bijstand van appellante ingetrokken en de kosten van verleende bijstand teruggevorderd. Appellante stelde dat zij haar bezwaarschrift op 15 augustus 2018 per gewone post had verzonden, maar het college ontkende ontvangst binnen de bezwaartermijn.

De rechtbank Noord-Holland oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, omdat appellante onvoldoende feitelijk bewijs leverde en de rechtspraak van de Hoge Raad over tijdige verzending niet van toepassing is, nu de rechtmatige bekendmaking van het besluit vaststaat en niet is gebleken dat het bezwaarschrift daadwerkelijk is verzonden.

De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk is. Het hoger beroep wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet tijdig ingediend en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

19.1879 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 10 april 2019, 18/5576 en 18/5577 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Haarlem (college)
Datum uitspraak: 26 november 2019
Zitting heeft: A. Stehouwer, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: L. Hagendijk
Namens appellante is verschenen mr J. Eliya. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door A.G. Wormgoor.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het college heeft bij besluit van 7 augustus 2018 de bijstand van appellante ingetrokken en de kosten van verleende bijstand van haar teruggevorderd.
Niet in geschil is dat de termijn voor het maken van bezwaar tegen het besluit van 7 augustus 2018 is verstreken op 18 september 2018.
In geschil is uitsluitend of appellante haar bezwaarschrift tijdig heeft ingediend. Appellante stelt dat zij haar bezwaarschrift op 15 augustus 2018 per gewone post heeft verzonden. Het college ontkent binnen de bezwaartermijn een bezwaarschrift te hebben ontvangen. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellante, tegenover de betwisting door het college, niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij tijdig een bezwaarschrift heeft ingediend. Ook in hoger beroep ontbreekt daarvoor toereikend feitelijk bewijs. De door appellante ingeroepen rechtspraak van de Hoge Raad (arresten van 20 mei 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AT5917) en
15 december 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ4416)) kan haar niet baten, al omdat in dit geval rechtmatige bekendmaking van het besluit van 7 augustus 2018 vaststaat en verder niet is gebleken dat appellante haar tegen dat besluit gerichte bezwaarschrift daadwerkelijk ter post heeft bezorgd.
Het college heeft dan ook op goede gronden beslist dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Niet is gebleken dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L. Hagendijk (getekend) A. Stehouwer