ECLI:NL:CRVB:2019:3810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WIA-besluit wegens onjuiste wachttijdbeoordeling en toekenning schadevergoeding redelijke termijn
Appellant had een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV wees deze af omdat de wettelijke wachttijd van 104 weken niet was voltooid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij de wachttijd wel had vervuld vanwege voortdurende klachten van de ziekte van Graves, ondersteund door medische verklaringen.
De Raad liet zich adviseren door een onafhankelijke deskundige, internist-endocrinoloog prof. dr. E. Fliers, die concludeerde dat appellant gedurende de gehele wachttijd veel klachten had en er sprake was van een continuüm van ziekte, zonder stabiele perioden met normale schildklierfunctie. Op basis van dit deskundigenrapport oordeelde de Raad dat de wachttijd was vervuld en het UWV een nieuwe WIA-beoordeling moest uitvoeren.
Daarnaast stelde appellant een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De Raad constateerde een overschrijding van ruim vijf jaar, uitsluitend toe te rekenen aan de lange behandeling bij de Raad zelf, en kende een vergoeding van €5.000 toe.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, beval het UWV binnen twee maanden een nieuwe beslissing te nemen, en veroordeelde het UWV en de Staat tot betaling van proceskosten en schadevergoeding. Tevens werd bepaald dat tegen de nieuwe beslissing alleen beroep bij de Raad mogelijk is.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe WIA-beoordeling uitvoeren; appellant ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.