ECLI:NL:CRVB:2019:362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WGA-loonaanvullingsuitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig bloemensnijder, ontving sinds 2007 een WGA-uitkering vanwege volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2015 stelde het UWV vast dat zijn arbeidsongeschiktheid was gedaald tot 31,12%, waardoor hij geen recht meer had op de loonsuppletie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het onderzoek van verzekeringsartsen zorgvuldig was en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) correct waren vastgesteld. De diagnose van een stemmingsstoornis werd erkend, maar een ernstige psychiatrische stoornis werd niet vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn mentale beperkingen waren onderschat, mede door een persoonlijkheidsstoornis en taalachterstand, en dat de geselecteerde functies medisch niet passend waren. De Raad concludeerde dat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die de eerdere beoordeling weerlegden.
De Raad onderschreef de eerdere oordelen dat geen ernstige psychiatrische stoornis aanwezig is en dat de beperkingen juist zijn weergegeven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak bevestigt het besluit van het UWV en de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant geen recht meer heeft op een WGA-loonaanvullingsuitkering.