ECLI:NL:CRVB:2019:3618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant, voormalig servicemonteur, vroeg herziening van een WIA-uitkeringsbesluit uit 2013 waarin het UWV zijn uitkeringsaanvraag afwees wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en beroep werd dit besluit bevestigd door rechtbank en Raad. Appellant stelde dat nieuwe medische informatie, waaronder een brief van een neuroloog en een diagnose trombose, aanleiding gaf tot herziening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze medische informatie geen nieuwe feiten of omstandigheden vormde zoals bedoeld in artikel 4:6, tweede lid, Awb. De informatie was deels al bekend of had eerder overlegd kunnen worden, en de trombose was onvoldoende relevant voor de arbeidsbeperkingen op de datum in geding. Het UWV had zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd gehandeld en hoefde geen nader onderzoek te verrichten.
Het verzoek van appellant om een deskundige werd afgewezen omdat geen twijfel bestond over de juistheid van het UWV-besluit. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.