ECLI:NL:CRVB:2019:3583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellante, voormalig tandartsassistente, meldde zich ziek met vermoeidheids- en concentratieklachten. Het UWV verlengde aanvankelijk haar recht op ziekengeld, maar stelde na een arbeidskundig onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde haar uitkering per 5 februari 2017.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar medische beperkingen en dat het UWV onterecht het SAP-rapport terzijde had gelegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevat die aanleiding geven het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Het UWV heeft de belastbaarheid van appellante zorgvuldig gemotiveerd en het overgelegde aanvullende medische bewijs leidt niet tot twijfel aan de vastgestelde verdiencapaciteit. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.