Appellant ontving sinds 2005 bijstand en werd verdacht van onrechtmatige inkomsten als thuiskapper. Na een anonieme tip en sociaal rechercheonderzoek, inclusief camera-observaties en een huisbezoek, besloot het college de bijstand over vijf jaar te herzien en € 32.291,18 terug te vorderen.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de camera-observaties onrechtmatig waren en het overige bewijs onvoldoende was om de omvang van de werkzaamheden aan te tonen. De Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het huisbezoek op 16 maart 2016 onrechtmatig was omdat het zonder redelijke grond plaatsvond en appellant niet op juiste wijze werd geïnformeerd over de gevolgen van weigering (informed consent).
De verklaringen en waarnemingen tijdens en na het huisbezoek mogen niet worden gebruikt omdat ze onlosmakelijk verbonden zijn met het onrechtmatige huisbezoek. Hierdoor ontbreekt een toereikende feitelijke grondslag voor de terugvordering van bijstand. De Raad vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant.